Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Dinsdag 13 maart

summer-2913411_1920

Lezen: Jozua 24:29-33

Waar is Jezus in het Oude Testament? Dat is een beetje een aparte vraag, want de Zoon van God is eeuwig, maar kreeg pas toen Hij mens werd de naam Jezus. Toch is het ook een mooie vraag. Want het Oude Testament schildert de persoon en het werk van Jezus uit. Natuurlijk in de offerdienst, maar ook in Gods profeten. Een van deze profeten is Jozua, letterlijk een naamgenoot van Jezus.

Als Jezus op de weg naar Emmaüs onderwijs geeft, dan doet Hij dat vanuit Mozes en de profeten. In de Hebreeuwse indeling van het Oude Testament valt Jozua onder de profeten, net als Richteren, Samuël en Koningen. Jozua draagt een prachtige naam. Zijn naam betekent ‘de HEERE redt’. Jezus is de Griekse versie van Jozua.

Jozua is belangrijk in de geschiedenis van Israël. Hij bracht Israël het beloofde land binnen. Toch was Jozua de beloofde Christus niet. Het opvallende aan het boek Jozua is dat het een open einde heeft. Het volk heeft wel rust, maar het is niet de eeuwige rust. Israël heeft de erfenis ontvangen, maar die kan worden afgenomen. Er is echter een rust die overblijft voor het volk van God en een erfenis die niet vergaat, maar altijd blijft. Deze verwerft Jezus niet, zoals Jozua door het zwaard, maar door het verlossingwerk aan het kruis.

  • Hoe laat Jozua iets van zijn naam zien (blader voor jezelf het boek een door en let vooral op hoofdstuk 3, 6, 7 en 24)? Hoe zie je daarin ook iets terug van Jezus en Zijn verlossingswerk?
  • Lees Hebreeën 4:8. Wat leer je uit deze tekst over de vergelijking tussen Jozua en Jezus?
1178