Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Dinsdag 27 februari

sunset-50494_1920

Lezen: Genesis 22:1-13

Zwijgend lopen ze de berg op. De vader heeft een mes en het gereedschap om vuur te maken. Zijn zoon draagt het hout. De vader loopt al zeker drie dagen rond met de gedachte dat hij straks zijn enige zoon gaat offeren. De zoon weet dat niet. Hij weet dat ze een offer voor de Heere gaan brengen. Hij weet dat dit nodig is. Zo wil God gediend worden en zo alleen is er verzoening mogelijk met de Heere. Maar, daar is wel een lam voor nodig.

“Waar is het lam?”, vraagt de zoon aan zijn vader. “God zal Zelf voor een lam zorgen”. Abraham spreekt hier profetische woorden tot Izak, zijn zoon. Inderdaad, God zorgde voor een lam in de plaats van Izak. Izak hoefde niet geofferd te worden. Izak zag hoe een ram zijn plaats innam. Maar als je de lijn doortrekt naar het Lam Gods, de Heere Jezus, dan krijgen de woorden van Abraham zoveel diepgang. Letterlijk zegt hij: “God ziet het lam voor Zich”. Daar gaat het om. Dat God het Lam ziet en dat jij het Lam ziet en dat God de Vader niet meer jouw zonden ziet, omdat ze op het Lam zijn gelegd.

‘Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest’ (Joh. 8:56). Dat is wat Jezus zegt. Abraham geloofde Gods belofte. God zou voor het Lam zorgen dat de schuld zou wegdragen.

  • Op welke manier lijkt Izak op Jezus?
  • Waaruit blijkt het geloof van Abraham (lees ook Hebreeën 11 vers 17-19)?
  • Welke waarde heeft het Lam van God voor jou?
1178