Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Donderdag 8 februari

nature-3108742_1920

Lezen: Numeri 21:1-9

Het volk Israël is voor de zoveelste keer boos, dit keer op Mozes. Maar eigenlijk zijn ze boos op God, want Hij staat achter Mozes. Ontevreden in de woestijn. Dit is zonde en God reageert met straf door vurige slangen onder het volk te sturen. Het volk voelt heel goed aan waar het mis zit: ‘Wij hebben gezondigd, omdat wij tegen den HEERE en tegen u gesproken hebben’. Ze willen dat de slangen weggaan. God hoort. Hij neemt de straf niet weg, maar God zorgt voor ‘tegengif’: een koperen slang op een hoge paal.

In de vorige Bijbelgedeelten lag de nadruk op verzoening van de schuld. Hier lees je over genezing. Natuurlijk heeft dit ook met zonde te maken. De vurige slangen waren een straf van God op de zonde. Het volk heeft God verdriet gedaan, maar God is zo genadig en barmhartig dat Hij nu ook voor een geneesmiddel zorgt. Het enige dat de mensen, die gebeten zijn door een slang, moeten doen is kijken. Of je nu dichtbij bent of verder weg. Als je naar de slang kijkt, word je beter.

Wij zouden deze geschiedenis in de woestijn nooit op Christus betrokken hebben, als Hij het Zelf niet gedaan had. Maar in het gesprek met Nicodemus brengt Jezus het heel duidelijk naar voren. Die slang, dat is een beeld van Hem. Van Hem geldt: “wie in geloof op Jezus ziet, die vreest voor dood en helle niet.”

  • Hoe reageert de Heere op de belijdenis van zonde van het volk? Wat leer jij daarvan?
  • Lees Johannes 3:14. Wat is de overeenkomst tussen Jezus en de koperen slang?
  • Voor wie had de koperen slang meerwaarde? Hoe is dat bij Jezus?
  • Wat is zien op Jezus (lees ook Johannes 3:16)? Mag jij dat doen?
1178