Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Maandag 19 maart

thorns-938231_1920

Lezen: Jesaja 50:4-11

Jesaja is de nachtegaal onder de profeten. Heel bekend zijn de zogenaamde liederen van de Knecht des HEEREN, die je . Het zijn vier gedichten, met verheven poëtische teksten (Jes.42: 1-9; 49: 1-6; 50: 4-9; 52: 13-53: 12). In Jesaja 40 tot 53 kom je ongeveer twintig keer de ‘Knecht’ tegen. Over wie gaan deze gedichten en omliggende gedeelten? Wie is deze knecht? Is het Israël? Is het de profeet zelf?

Die laatste vraag, die klinkt ons misschien wel bekend in de oren. Van wie zegt de profeet dit, van zichzelven of van iemand anders? (Hand. 9:34). Het is de kamerling van de Candacé. Hij lees Jesaja 53. Filippus komt bij hem en geeft hem uitleg. En wat lees je na de vraag van deze heiden: En Filippus deed zijn mond open en beginnende van diezelve Schrift, verkondigde hem Jezus.

Jezus, is de Knecht des HEEREN. Híj is door de God van Israël uitverkoren om als Plaatsvervanger van díe andere knecht te zijn. Want soms gaat het in de profetie van Jesaja wel degelijk om Israël als Gods knecht, of dienaar. Maar Israël kan geen verzoening aanbrengen. Het is een ontrouwe knecht, vol zonde en onrecht.

Juist voor Israël is er een andere Knecht nodig. Die Knecht valt in Jesaja samen met de aanduidingen van Kind, Koning, Gezalfde en Verlosser. Het is Gods Zoon, Die Zichzelf vernederd en vernietigd heeft. Hij heeft de gedaante van een slaaf aangenomen en is gehoorzaam geweest tot de kruisdood (Fil. 2:6,7).

  • Wat lees je in het ‘gedicht’ uit Jesaja 50 vers 4-11 over de Knecht des HEEREN?
  • Hoe zie je dit terug in het leven van de Heere Jezus?
1178