Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Woensdag 28 februari

sunset-1613947_1920

Lezen: Genesis 32:24-32

Jakob. Wat een man. Niet echt een man die wij zouden uitkiezen. Een man die zijn naam eer aan doet: bedrieger. Hij bedriegt en wordt bedrogen. Maar God koos Hem wél uit. Onbegrijpelijke goedheid van God. En wat er ook allemaal niet klopt in het leven van deze aartsvader; hij leeft op momenten in zijn leven onder een open hemel. Letterlijk zelfs. Denk maar aan Bethel.

Hier in de nacht, terwijl Jakob alleen achterblijft, strijdt hij met God. Gaandeweg moet Jakob tot het besef zijn gekomen dat de man met wie hij worstelt, de Heere Zelf is. En Jakob houdt stand! Waarom? Omdat Jakob zich helemaal vastklemt aan God. “Laat Mij gaan”, “Nee, ik laat U niet gaan, tenzij U mij zegent” (Gen. 32:25).

Jakob houdt vast en God zegent hem. Hoe kan dat? Hoe kan God Zich laten overwinnen? Daarvoor moet je naar Golgotha. Daar is Hij Die het gered heeft. Niet voor Hemzelf, maar voor zondaren. Vlucht, Jakob, bedrieger, naar het kruis van Christus. Zie dat  je leven niet deugt en nooit zal deugen. Zie je zondaarsleven. Grijp je vast, daar waar God Zichzelf laat overwinnen. Want daar gaat voor Jakob de zon op. Daar roept Jakob het uit: ‘En mijn ziel is gered geweest’.

  • Welk beeld krijg jij van Jakob?
  • Wat betekent het om met God te worstelen? Herken jij dit?
  • Wanneer kun jij zeggen: en mijn ziel is gered geweest?
1178