Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Blog: Kleur bekennen op catechisatie

DSC_3413

‘Ik zou de doop missen’. Stel dat je voor je opleiding een jaar naar het buitenland zou moeten en terecht zou komen in een plaats waarin geen christelijke gemeente is. Wat zou je missen aan je eigen gemeente? Heel veel ogen staren me aan. Zo hebben ze nog nooit naar hun gemeente gekeken. Tsja, wat zou ik echt missen?

Door: Sjaak Jacobse

Het catechisatieseizoen is weer begonnen. Ik kom om tien voor zeven aan bij de parkeerplaats. Overal jongeren die buiten gezellig met elkaar staan te kletsen. Je pikt de tieners er zo uit die voor het eerst naar de catechisatie gaan. Ze vinden het best spannend en weten nog niet helemaal wat ze kunnen verwachten. Even later opent de dominee de avond vanuit Lukas 15. De gemeente is een kudde. De grote Herder draagt zelf zorg voor de kudde. Daarna krijg ik als externe spreker het woord.

Best spannend: een gemeente die je niet goed kent, drie groepen jongeren die voor deze avond samengevoegd zijn, jongeren waar je geen band mee op kunt bouwen. Om nog maar te zwijgen over de setting catechisatie zoals die in veel gemeenten geldt: stoer doen, met je Bijbel smijten, niet meezingen en geen vragen stellen of beantwoorden. Ik moet zeggen: ik zie er altijd tegenop. En toch ga ik graag de uitdaging aan om juist met deze groepen in gesprek te komen over Gods Woord en het dienen van de Heere.

Kleur bekennen

‘Verbinding met je gemeente is het thema’. Ik daag de groep uit om met elkaar te kijken naar wat heb aan de gemeente verbindt en wat die verbinding op de proef stelt. Om daar te komen vraag ik twee vragen aan de groep: stel je voor, je moet een tijd naar het buitenland en je komt terecht in een gebied waarin je geen christelijke gemeente hebt. Je zit daar al een tijd. Wat zou je missen aan je eigen gemeente? Welke momenten zou je het meest missen en waarom? En: zouden er ook dingen zijn die je absoluut niet zou missen? Dingen waaraan jij je regelmatig ergert? Even later zijn de jongeren druk met elkaar in overleg. Natuurlijk worden er veel grappen gemaakt: ‘wat er beter kan? Koffie bij de catechisatie!’. Ook worden er serieuze dingen opgeschreven. De dominee heeft aangegeven dat de kerkenraad met hen in gesprek wil over hoe zij de gemeente zien. Jongeren zien dit als een kans. Daarna vraag ik of jongeren iets willen delen wat er in de groepjes besproken is: ‘Wat zou jij echt missen?’. Stilte, jongeren kijken naar elkaar of kijken weg. In een samengestelde groep als eenling reageren vraagt moed. Dan steekt een jongen zijn hand op. Duidelijk iemand die voor het eerst op catechisatie is en die onbevangen wil reageren. ‘Meneer, ik zou de doop echt missen.’ Nieuwsgierig vraag ik door: ‘Wat zou je aan de doop missen?’. ‘Ik vind de doop altijd heel mooi. Ik heb een broertje en die mag binnenkort gedoopt worden. Dat zou ik niet willen missen.’ Mooi hoe zo’n joch in de groep zich bloot geeft over de waarde van de Heilige doop.

Ook in de groep daarna is er zo’n moment. Zeker, het zijn oudere jongeren. Ze zijn bewust bezig met meningsvorming. Toch vinden ze het lastig om in de groep open te zijn en kleur te bekennen. Toch ontstaat er een spontaan gesprek. ‘Wat ik zou missen, is dat ik in de preek aangesproken wordt. Vaak op een manier die ik zelf niet op zou zoeken. Ik heb het nodig om door de Heere soms bijgestuurd te worden’. Ik merk aan de reactie van de groep dat ze respect hebben voor jongeren die wel kleur bekennen.

Van geslacht tot geslacht

Daarna gaan we verder in gesprek over de kerk als moeder en het bijzondere van de gemeenschap waarin de Heere ons plaatst. Lid van een kerk zijn is geen keuze van ons, maar begint bij God. Hij plaatst je in ‘Zijn gezin’ met het doel dat je Hem daar leert kennen. Hij geeft mensen om je heen die je over Hem mogen vertellen. Zie jij zo de gemeente? Neem je zo je plaats in?

Spreken voor grote catechisatiegroepen vraagt om een mentaliteit van ‘vol erin’. Je gaat met een goed overdacht verhaal. Je wilt dichtbij de leefwereld van jongeren aansluiten. Je moet ze vanaf de eerste seconden boeien, je wilt met hen in gesprek. Aan het eind van de avond, twee groepen en 150 catechisanten laten is er weinig meer over van ‘vol erin’. ‘Leeg eruit’; zo’n avond vreet energie. ‘Leeg’ omdat ik mij afvraag of ik het goede gezegd heb en wat er zal blijven hangen. En toch: Gods Woord is gezaaid. Het is Zijn kerk en Zijn gemeente. Hij zal ook de catechisatie gebruiken om jongeren aan Hem te verbinden.

Samen zingen we: ‘Maar d’ altoos wijze raad des HEEREN, Houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht; Niets kan Zijn hoog besluit ooit keren; ’t Blijft van geslachte tot geslacht.

816