Annuleren

Zoek hier binnen onze website

14 apr 2017Geen reacties

Geloof je dat? - Goede Vrijdag en Pasen

cross-423157_1920

Indien gij met uw mond zult belijden de Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden (Romeinen 10:9).

Als een krachtige bazuinstoot klonk het over de kruisheuvel: “Het is volbracht”. In het Grieks slechts een woord: voldaan! Wie zal ooit de diepte van dat woord begrijpen? In het vroege morgenlicht van Pasen wordt het zichtbaar, want Jezus staat op. Paulus zegt dat Gód Hem uit de doden heeft opgewekt! Tevreden met het offer van het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegdroeg. Nu jaagt de dood geen angst meer aan want alles, alles is voldaan!

De ellende in de wereld is groot. Spanningen lopen op. Problemen zijn zo groot; oplossingen onbereikbaar. Wij zien daarin de macht van de duisternis en de gevolgen op de zonde. Maar misschien ervaar je dit juist iedere dag in je leven. De ketens van de zonde houden je vast. Uit jezelf kom je er niet uit. Wat heeft Goede Vrijdag en Pasen jou dan te zeggen? Dit, wat Johannes zegt: Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van de duivel verbreken zou (1 Johannes 3:8).

Geloof jij het? Belijd jij met je mond de Heere Jezus en geloof je met je hart dat God Hem opgewekt heeft? Dan zúl je zalig worden! Dat zegt Paulus. En het is echt waar. Maar hoe moeilijk, zelfs onmogelijk, is het voor ons om het te geloven? Misschien zeg je: “Kon ik dat geloven!”. Dat wil de Heilige Geest je leren. Lees biddend in de Bijbel, want zo wil de Heere wedergeboorte in je hart werken.

Veel jongeren doen dit Paasweekend belijdenis in hun gemeente. We wensen hen van harte toe dat dit een belijdenis mag zijn met mond én hart. Die belijdenis komt voort uit het geloof dat Jezus’ offer verzoening, betaling van mijn zonden, brengt en Zijn opstanding mij het eeuwige leven geeft. Gewone mensen in de Bijbel, denk maar aan Martha en Thomas, hebben het beleden, door het geloof.

Jezus zegt: “Ik ben de Opstanding en het Leven. Die in Mij gelooft, zal leven ook al was hij gestorven”. Daarop volgt de indringende vraag: “Geloof je dat?”

816