Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Visie en missie

De kerk is als een moeder. Zij zorgt voor haar kinderen. De kinderen van de gemeente hebben zorg nodig. Ze zijn in zonden ontvangen en geboren, en kunnen niet in het rijk van God komen, tenzij zij opnieuw geboren worden. Deze wedergeboorte werkt de Heere door Zijn Woord en Geest, door de genade die in Christus is. Gods Woord gaat in de gemeente open. Het is de roeping van de kerk het navolgende geslacht, de loffelijkheden des HEEREN te vertellen, en Zijn sterkheid en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft. En dat zij hun hoop op God zouden stellen en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren (Psalm 78: 4,7). De kerk wil kinderen en jongeren toerusten en vormen voor hun persoonlijke welzijn en voor hun staan in kerk en maatschappij. Kerkelijk jeugdwerk is daarbij van groot belang.

De visie van de Jeugdbond is daarom kort en bondig:

Kinderen en jongeren hebben vanuit de kerk vorming en toerusting nodig voor hun persoonlijk, kerkelijk en maatschappelijk leven. De Jeugdbond levert hieraan een wezenlijke bijdrage door het inbrengen van kennis van jongeren en jeugdcultuur en door de middelen en vaardigheden te benutten om deze kennis te communiceren met jongeren en hun opvoeders.

Ten diepste gaat het de Jeugdbond daarbij om het (eeuwig) welzijn van jongeren en de daaraan verbonden uitbreiding van Gods Koninkrijk, zoals verwoord door de Heere Jezus in Mattheüs 6: Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden (vers 33).

De Jeugdbond wil op grond van deze visie dé organisatie in de Gereformeerde Gemeenten zijn die zich inzet voor jongeren en heeft dan ook de volgende missie verwoord:

De Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten wil kinderen en jongeren met het oog op hun geestelijk welzijn en vanuit Gods Woord:

  1. verbinden met de eigen gemeente en de Gereformeerde Gemeenten als kerkverband
  2. direct of indirect vormen en toerusten voor hun persoonlijk leven en hun functioneren in kerk en maatschappij.
347