Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Blog: “Juf, waar ben ik als ik niet meer leef?"

BLOG JONGEREN

Het tweede lesuur is bijna voorbij. De leerlingen hebben het meeste werk af en het huiswerk staat in Magister. Ongeveer alle opdrachten heb ik met ze nagekeken, dus voor deze keer is een beetje leerwerk het enige dat ze thuis nog moeten doen.

Terwijl ze rustig met elkaar zitten te praten en ik mijn lesprogramma afsluit en de volgende les alvast klaarzet op de beamer, schuift Kayleigh haar stoel naast mijn tafel en begint te praten.

“Juf, waar ben ik als ik niet meer leef?”
Verschrikt kijk ik in haar vragende ogen. 
“Kayleigh, hoe bedoel je?"
“Kijk juf… U gaat natuurlijk naar God, naar de hemel als u sterft. Maar ik? Waar ga ik dan naar toe?”
“Ach Kayleigh!”

Ik weet even niet wat ik moet zeggen. Er gaat een kort moment zoveel door me heen. Was het gisteravond dat ik bijna moedeloos mezelf afvroeg: ‘Waarom werk ik hier op deze seculiere school? Wat heeft het voor zin? Heere, vindt u het wel goed wat ik doe?’
En nu deze vraag...

“Weet je Kayleigh, dat God jou ziet? En dat Hij weet wat jij denkt? En dat jij ook mag bidden of je in de hemel mag komen?”
“Juf, dat durf ik niet. Ik weet toch niet wie God is? En ik weet niks van geloof.”
“Kayleigh, dat geeft niet. Als jij wilt weten wie God is kun je dat leren. God ziet jou! En als ik je nu eens een Bijbel geef, dan kun je daarin alles over Hem lezen voordat je gaat bidden.”
Kayleigh kijkt me aarzelend aan.
“Echt, juf? Ik weet niet of ik dat durf.”

We hebben er beiden geen erg in dat de bel gaat, dat de leerlingen de klas uitlopen en dat de pauze is begonnen, zo zijn we in gesprek.
Dan is het even stil tussen ons. Ik kijk haar aan: “Ik zal ook voor jou bidden”.
Dit laatste raakt haar, ik zie het.
"Juf, als u dat wilt doen? Oh, dat zou echt lief zijn.”
De pauzebel klinkt en het derde lesuur begint. Terwijl ik opsta en naar de deur loop om de volgende klas binnen te laten, schiet Kayleigh vlug tussen mij en de binnenkomende leerlingen door naar buiten, de gang op.
Ze kijkt me nog een keer aan met een dankbare blik in haar ogen en weg is ze…

“Dag Kayleigh, tot volgende week!”

Anja de Bonte-van der Sluijs

289