Annuleren

Zoek hier binnen onze website

BLOG: Tevoorschijn komen

COLUMN.jpg

Wij mensen zijn echte maskermakers. We zijn er meesters in om te verbergen wie we echt zijn of hoe we ons echt voelen. Niemand die ziet dat we ons bang, depressief, onzeker, verdrietig of boos voelen; dat we moeilijke dingen meemaken of met pornoverslaving worstelen. We verbergen onze twijfels over God en de Bijbel. We verhullen of verzwijgen onze slechte daden.

Waarom doen we dat eigenlijk? Vaak, omdat we bang zijn om afgewezen of pijn gedaan te worden en ons schamen voor onze fouten en gebreken. En uit hoogmoed, omdat we geen zondig, gebrekkig en schuldig mens willen zijn. Dat is al in het paradijs begonnen, toen we tegen God zondigden. Lees maar eens Genesis 3 na. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God in het midden van het geboomte des hofs.

We kiezen doorgaans een masker waarmee we ons veilig, sterk of geaccepteerd voelen. De stoere jongen, de hulpvaardige vriendin, de lieve dochter, het gehoorzame kind, de serieuze kerkganger, het luisterend oor, de koele kikker, de grappenmaker of de vrolijke meid zijn een paar van die maskers. Misschien roemen anderen ons wel om die eindeloze glimlach, stoere houding, hulpvaardigheid, nuchterheid, ernst, humor, of vriendelijkheid. Maar ze moesten eens weten wat daaráchter schuilgaat…

Ik spreek regelmatig mensen die het niet meer volhouden om verstoppertje te spelen. Ze zijn hun eigen masker moe, maar zijn tegelijk o zo bang om tevoorschijn te komen. Heb jij dat ook? Het is dan vooral belangrijk om niet af te wachten tot je iemand ontmoet die jou ziet. Begin vooral met jezelf te laten zien, al is het maar aan één persoon. Natuurlijk is dat spannend. Maar het maakt je minder eenzaam, als je kunt delen wat er in je hart is. Je vriendschap of relatie wordt er sterker en dieper van.

Toch is dát allemaal niet het belangrijkste. Dat is dat Gód je -net als Adam- tevoorschijn roept. “En de Heere God riep Adam en zeide tot hem: waar zijt gij?” Toen kón Adam zich niet langer verbergen. Met zijn zonde, schuld en schaamte stond hij tegenover God. Wat daarop volgde? Gods onbegrijpelijke genadebelofte. Wat een onuitsprekelijk wonder.

Welzalig Hij, wiens zonden zijn vergeven;
Die van de straf voor eeuwig is ontheven;
Wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt,
Voor ’t heilig oog des HEEREN is bedekt.
Welzalig is de mens wien ’t mag gebeuren,
Dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren,
En die, in ’t vroom en ongeveinsd gemoed,
Geen snood bedrog, maar blank oprechtheid voedt.

(Psalm 32 vers 1)

Bas van Dijk

289