Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Interview: Dominee J.J. van Eckeveld vertelt over reizen met het Woord van God

INTERVIEW

“Als zendingsdeputaat heb ik vele reizen gemaakt naar de zendingsvelden. Het waren reizen met Gods Woord en ten bate van het zendingswerk vanuit Gods Woord.

Onvergetelijk was de reis in de jaren tachtig naar Irian Jaya. In het hooggebergte van centraal Nieuw-Guinea ontmoetten wij een oud oorlogshoofd met de naam Yiwick. Een man die wist hoe mensenvlees smaakt. Hij kwam naar ons toe om ons te bedanken voor het werk dat wij onder zijn volk deden. ‘Vroeger, toen Gods Woord hier nog niet was, deden we niets anders dan moorden, roven en overspel’, zo zei hij. Maar hij vertelde ook, dat door de kracht van het Woord alles veranderd was. Toen ik hem vroeg naar zijn persoonlijk leven zei hij: ‘Ik heb geleerd dat er nog veel meer zonden zijn dan roven, moorden en overspel en dat die zonden ook in mijn hart leven’. Maar hij mocht ook spreken over Christus in Wie ook voor hem vergeving is. Daarbij deed hij een klemmend beroep op de zending om de vele onbereikten ook bekend te maken met Gods Woord. 

Als het gaat over “reizen” dan denk ik ook aan Filippus en de kamerling van Candacé, de koningin van de Moren (Hand. 8:26-40). We moeten hier denken aan het tegenwoordige Ethiopië in Noord-Afrika. Voor die tijd was dat een zeer lange reis. Waarom die reis? De kamerling was gekomen om in Jeruzalem te aanbidden. Dat is wel iets bijzonders. Ongetwijfeld heeft hij gehoord van Israël en wat meer is, van de God van Israël. De man moet onrust hebben gekend in zijn Ethiopische heidense omgeving. Hij hoopte rust te vinden in Jeruzalem. Maar hij vond het niet. Het moet een diepe teleurstelling in zijn ziel betekend hebben. Op de terugweg las hij de rol van Jesaja. Op dat moment kwam hij Filippus tegen, die door de Heere naar die plaats gezonden werd.  

Filippus mocht naar aanleiding van Jesaja aan de kamerling Christus prediken. Op zijn reis mocht de kamerling Christus Zelf vinden. Daarna reisde hij zijn weg met blijdschap. Zo mocht hij, evenals eeuwen later Yiwick, reizen met het Woord van God. Wat een zegen als we zo met blijdschap mogen reizen. Als we reizen maken, kan dat om verschillende redenen zijn. Een reis kan ook betekenen, dat we een stukje rust mogen vinden te midden van zoveel onrust. Maar de rust in Christus is oneindig veel meer dan aardse rust. De kamerling had een Bijbelgedeelte bij zich. Het werd hem tot zegen. Laten we zo met de Bijbel reizen. Als Gods Woord ons brengt bij Christus dan is dat de grootste zegen. Dan vallen grenzen tussen landen weg. Gezegende reis als wij Christus vinden op de reis door dit leven. Zoek Hem in Zijn Woord, waar we ons ook bevinden. Laat op de reis door dit leven Gods Woord je richtsnoer zijn. Want iedere reis moet ons bepalen bij de levensreis, die we maken. Waar is die reis naartoe? Wat een wonder als we reisgenoten mogen worden met de kamerling en Yiwick.” 

 

Meer lezen? Lees dan het thema-artikel van William Walhout op bladzijde 6-9 van Daniël#14. 

289