Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Thema: Reizend

THEMA

Tot vorig jaar december woonde ik in het centrum van Utrecht. Dat heeft voor- en nadelen. Een daarvan was dat ik geen auto voor de deur kon parkeren en dat ik daarom altijd reisde met het openbaar vervoer. Vaak was dat heel positief, soms iets minder. 

Toen ik zo vaak met het OV reisde, zat ik nogal eens op het station in een wachthokje of in een bushokje ergens aan de kant van de weg. Bepaald fijn was dat lange wachten meestal niet, zeker niet in de winter. Het was er koud, de banken waren hard en de trein had regelmatig vertraging. Vol verlangen keek ik dan uit naar het moment dat de trein zou komen. Daar zat ik beter: in de trein was het warm en zo kon ik mijn reisdoel bereiken. 
 

Stel dat ik het wachthokje had laten ombouwen tot een huiskamer… Stel, hè: Ik plaatste er gemakkelijke stoelen, een heerlijk zachte bank, een mooi schilderij, een schitterende schemerlamp, een knus knapperend haardvuur... Iedereen zou dat dwaas vinden. Dat doe je toch niet!  
Het wachthokje moet een plaats om te wachten zijn. Niets meer. 
 

Zo moet ook ons leven hier op aarde zijn. We zijn reizigers. Ons leven zou zoals het leven van een pelgrim moeten zijn, die een beter Vaderland verwacht. Die weet dat hij of zij niet thuis is. Een pelgrim die het hier zich niet honderd procent aangenaam maakt. Een pelgrim die dagelijks zijn of haar kruis opneemt en de Heere volgt. Wetend onderweg te zijn, zich bewust van het reisdoel en verlangend naar het moment om Thuis te komen. 
 

Zo zou het moeten zijn... 
En dan nu de blik in de spiegel. 
Hoe vaak maak ik mijn wachthokje aangenaam met van alles en nog wat? Hoe vaak ben ik niet bezig met mooie reizen, in plaats van mijn reisdoel? Hoe vaak stippel ik niet zelf mijn reis uit, in plaats van dat ik de Heere volg? 
En… Waar reis ik eigenlijk naartoe? Er zijn toch maar twee wegen? 
 

Maar gelukkig.  
Dan is daar de spiegel. 
Dan is daar iemand die het voorhoudt en die aanspoort: Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende (Hebreeën 13:14). 

289