Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Download PDF
Kapitein Ahoy

Spelverloop:

Er wordt een verhaal verteld over een gebeurtenis op zee. Voordat de verteller begint worden eerst een kapitein(1), stuurman(1), machinist(1), stokers(2) en linnenjuffrouws (4) aangewezen. De rest van de groep behoort bij de matrozen(ca. 12) en de passagiers (ca.12). Wanneer de verteller de kapitein noemt, moet deze gaan staan, zijn had opsteken en “ahoy” roepen. Dit geldt ook voor de andere bemanningsleden, de passagiers en de matrozen. In het verhaal moeten alle spelers herhaaldelijk aan de beurt komen. Het verhaal wordt steeds sneller voorgelezen. Wie te laat reageert, gaat er uit. Er moet één iemand het verhaal voorlezen en één iemand moet kijken wie te laat reageert.

 

Verhaal:

Het was een prachtige dag die we hadden uitgekozen voor ons boottochtje. Het beloofde een echte pleziertocht te worden. De kapitein had ook op veel passagiers gerekend en had daags tevoren de matrozen opdracht gegeven de boot goed schoon te maken en een feestelijk aanzien te geven. We kwamen al vroeg op de boot aan en de kapitein stond heerlijk te genieten van zijn pijpje op de commandobrug en was in een vrolijk gesprek met de stuurman. De matrozen waren ijverig bezig met de laatste toebereidselen voor het vertrek. De machinist en de stoker waren reeds op hun post en wachtten op het sein van het vertrek, dat de kapitein zou geven. Toen de passagiers aan boord waren nam de stuurman zijn plaats in aan het stuurrad. Het uur van vertrek was aangebroken. De kapitein trok aan de fluit, de matrozen trokken de loopplank binnen boord en de kabels werden losgemaakt. In de machinekamer ging de bel en de machinist deed zijn werk. De boot zette zich in beweging en de tocht begon. “Het zal warm worden stokers!”, zei de machinist. “Ja man, geloof dat”, zei de stoker en hij dacht: Stokers zijn toch maar het belangrijkste op de boot. Stokers hebben een warm baantje, doch waren er geen stokers, dan was er geen boot. En dan de kapitein, die genoot als heer en meester. Hij, de kapitein, had het gemakkelijk. Af en toe trok de kapitein aan de bel en lachte als de passagiers ervan schrokken. De matrozen hadden nu niet veel te doen en genoten evenals de passagiers. De stuurman zat stil voor zich uit te kijken. Het leek wel of hij sliep. Doch o wee, als er een ander schip kwam, dan kwam de stuurman in actie en deed als een goede stuurman zijn plicht. Nee, onze stuurman mag er wel wezen! Plotseling wordt de rust verstoord. De passagiers beginnen te schreeuwen. De matrozen springen op. De machinist en de stoker horen het lawaai boven hun hoofd. De stuurman ziet het rumoer op het dek. Het lawaai wordt groter. De passagiers beginnen te roepen en te gillen. De groep matrozen tracht zich er tussen te bewegen. Enkele andere matrozen hollen naar boven, al roepende: “Kapitein, kapitein, kapitein, o kapitein”, stormen zijn bij de stuurman binnen. De stuurman schrikt nog meer. “Waar is de kapitein?”, zegt de stuurman, “de kapitein?”. Wel, matrozen, de kapitein is hier niet. Wat is er gebeurd?”. “We moeten de kapitein hebben”, is het antwoord van de matrozen en weer rennen ze door. “Kapitein, kapitein, o kapitein dan toch!”Het dreigt een tumult te worden, grotendeels veroorzaakt door de matrozen. De stokers en de machinist zijn al naar boven gekomen en rennen met de matrozen mee over het dek. Al maar roepend: “Kapitein, kapitein, o kapiteintje toch”. Het wordt een wilde jacht op de kapitein en zo gebeurt het dat de machinist en de stuurman, de stokers, de passagiers en de matrozen over het schip hollen en roepen om de kapitein. Plotseling staan allen stil als een stem buldert: “Wat mankeert jullie, met je kapitein, kapitein. Hier is de kapitein!”. “O, kapitein, kapitein”, jammert de stuurman. “Wat is er! Spreek!”, buldert de kapitein. “O, kapitein, de linnenjuffrouwen ligt in het water!”. “De linnenjuffrouwen over boord? Waar?”. “Daar zijn de linnenjuffrouwen over boord gevallen”. “Passagiers, opzij”, brult de kapitein, “de linnenjuffrouwen liggen in het water en de linnenjuffrouwen moeten gered worden”. En allen, de stuurman, de stokers, de machinist, de matrozen en de passagiers rennen de kapitein na om de linnenjuffrouwen te redden. De kapitein snapt er niets van. Hij tuurt in het water. Ja, daar liggen de linnenjuffrouwen. De stuurman en de stokers en de passagiers roepen: “Linnenjuffrouwen, linnenjuffrouwen, linnenjuffrouwen grijpen jullie de boei toch!”. De linnenjuffrouwen zwemmen er naar toe en worden door de matrozen binnen boord gehaald. Onder de passagiers gaat een luid “hoera” op als de linnenjuffrouwen weer op het droge zijn. De machinist, de stokers en de stuurman gaan weer naar hun post, nog denkend aan de arme linnenjuffrouwen. De passagiers en de matrozen worden weer rustig en de natte linnenjuffrouwen gaan droge kleren aantrekken in de linnenkamer. De kapitein heeft de situatie gered. Een hoeraatje voor de kapitein en de linnenjuffrouwen.

Download PDF
272