Annuleren

Zoek hier binnen onze website

Download PDF
Levend scrabble

Benodigdheden:

Voor elke groep een vel met vakjes als scrabblebord. Opdrachtkaartjes. Pen of potlood per groep. Materiaal bij opdrachten zoals: plastic bekers, springtouw, tandenborstel, kam, dominostenen, fietsband, oude kranten en een hoepel. Neem eventueel een woordenboek mee om te achterhalen of een woord wel echt een Nederlands woord is.

 

Spelvoorbereiding:

Opdrachtkaarten en scrabbleborden maken. De opdrachtkaarten voordat het spel begint in de zaal of buiten op volgorde verspreiden. Maak twee keer zoveel opdrachten als je groepen hebt.

 

Uitvoering:

De deelnemers worden verdeeld in groepjes van twee of meer personen, die per groep een “scrabblebord” meekrijgen. In het midden is een woord ingevuld. In de speelruimte liggen de opdrachtkaarten. Elke groep begint bij een verschillend nummer. De woorden die ingevuld worden moeten (evenals bij gewoon scrabble) altijd in contact staan met een reeds ingevuld woord. Winnaar van dit spel is het groepje dat de meeste letters heeft verwerkt in goede Nederlandse woorden en daarmee de meeste punten heeft behaald.

 

Puntentelling:

A – 1; B – 3; C – 3; D – 1; E – 1; F - 5; G - 2; H - 2; I - 1; J - 4; K - 4;

L - 2; M - 3; N - 1; O - 1; P - 3; Q - 10; R - 2; S - 1; T - 1; U - 4; V - 4; W - 4; X - 8;

Y - 8; Z – 6.

 

Opdrachten (haal eventueel opdrachten het spel Denk&Doe)

  1. Hoeveel aardrijkskundige namen met een L kunnen jullie in één minuut opschrijven. Deel het aantal door drie. Maak nu een aardrijkskundig woord met het aantal letters dat het antwoord van de deling aangeeft. Schrijf dit op het scrabblebord.
  2. Hoeveel plastic bekertjes kan je in één minuut op elkaar stapelen. Deel dit door vier. Verzin een gebruiksvoorwerp met het aantal letters dat het antwoord van de deling aangeeft. Schrijf dit op.
  3. Trek allemaal een haar uit je hoofd, knoop ze aan elkaar. Meet nu deze lengte in centimeters en deel ze door (twee keer) het aantal leden van jullie groep. Vul nu een lichaamsdeel in met evenveel letters.
  4. Vermenigvuldig jullie leeftijd met elkaar. Tel de cijfers van het antwoord bij elkaar op. Deel deze uitkomst door het aantal leden van jullie groep. Schrijf nu een woord op van een ouderdomskwaal met evenveel letters als de uitkomst.
  5. Spring om beurten touwtje (ieder één minuut). Tel het aantal keren bij elkaar op. Deel de uitkomst door tien, maal het aantal leden van de groep. Schrijf een sportartikel op met evenveel letters als de uitkomst.
  6. Ieder gaat gedurende één minuut “opdrukken”, steunend op handen en voeten. Tel het aantal keren bij elkaar op. Tel nu jullie armlengten bij elkaar op (in cm). Deel dit door het eerste getal. Vul nu een sport in, met evenveel letters als de uitkomst. De groep die weinig keer opgedrukt heeft, moet een groter woord maken.
  7. Neem een tandenborstel en tel het aantal haren. Neem een kam en deel het aantal haren van de tandenborstel door het aantal tanden van de kam. Schrijf een drogisterijartikel op met evenveel letters als de uitkomst.
  8. Haal de veters uit je schoenen (jammer voor de laarzendragers). Knoop ze aan elkaar. Deel de lengte van de totale veter door de grootste schoenmaat binnen de groep. Schrijf een C&A artikel op met evenveel letters als de uitkomst.
  9. Bouw een toren van dominostenen. Zet de blokjes op de lange zijkant en bouw om de beurt met een steen tot het (gedeeltelijk) instort. Hoeveel stenen werd de toren hoog? Schrijf een gezelschapsspel op met evenveel letters als de uitkomst hiervan.
  10. Kruip in één minuut zoveel mogelijk keren door de fietsband. Deel het totaal aantal keren door de voorgeschreven lengte van een wit achterspatbord. Schrijf een fietsonderdeel op met evenveel letters als de uitkomst.
Download PDF
272